Gedrag

Boosheid bij autisme: waarom wordt je kind zo boos en wat kun je doen?

Ontdek wat er achter de boosheid van je kind kan zitten, hoe je oplopende spanning herkent en wat je kunt doen om woede-uitbarstingen te verminderen.

Door Shannon

Orthopedagoog en gedragsdeskundige

Je kind wordt ontzettend boos wanneer iets anders gaat dan verwacht. Het begint te schreeuwen, gooit met spullen, slaat zichzelf of weigert nog mee te werken. Soms lijkt de boosheid uit het niets te komen en weet je als ouder niet goed wat je moet doen.


Misschien heb je al van alles geprobeerd. Rustig uitleggen, duidelijke grenzen stellen of je kind juist even met rust laten. Toch blijven de woede-uitbarstingen terugkomen.

Boosheid bij autisme is vaak een signaal dat er iets anders speelt. Denk aan overprikkeling, onduidelijkheid, angst of moeite om duidelijk te maken wat je kind nodig heeft. Door verder te kijken dan het gedrag, kun je beter begrijpen waar de boosheid vandaan komt en wat je kind kan helpen.

Waarom wordt een kind met autisme zo boos?

Niet ieder kind met autisme heeft veel last van boosheid. Wanneer je kind regelmatig boos wordt, kunnen daar verschillende oorzaken achter zitten. Vaak spelen meerdere factoren tegelijkertijd een rol.

1. Overprikkeling en opgestapelde spanning

Een drukke schooldag, harde geluiden, onverwachte gebeurtenissen of veel sociale contacten kunnen behoorlijk wat energie kosten. Ook dagelijkse activiteiten zoals aankleden, eten of boodschappen doen kunnen veel spanning opleveren.

Soms stapelt die spanning zich gedurende de dag op. Je kind lijkt lange tijd alles goed aan te kunnen, totdat er iets kleins gebeurt en het plotseling ontploft.

De aanleiding die je op dat moment ziet, is dan misschien niet de werkelijke oorzaak. Het kan simpelweg de laatste druppel zijn.

2. Onduidelijkheid, veranderingen en behoefte aan controle

Veel kinderen met autisme hebben behoefte aan voorspelbaarheid. Weten wat er gaat gebeuren en wat er van hen wordt verwacht, kan een gevoel van veiligheid geven.


Wanneer een activiteit onverwacht stopt, de dag anders verloopt of iemand iets van je kind vraagt wat het niet begrijpt, kan dat veel spanning veroorzaken.


Sommige kinderen proberen daarom zo veel mogelijk zelf te bepalen. Ze willen bijvoorbeeld altijd dezelfde route lopen, op een vaste plek zitten of een activiteit op hun eigen manier uitvoeren.


Wanneer dat niet mogelijk is, kan er boosheid ontstaan. Wat eruitziet als koppigheid, kan een poging zijn om meer grip te krijgen op een onduidelijke situatie.

3. Moeite met communiceren en behoeften aangeven

Niet ieder kind kan duidelijk vertellen wat het voelt, denkt of nodig heeft. Sommige kinderen spreken niet of nauwelijks. Andere kinderen kunnen wel praten, maar vinden het moeilijk om tijdens spanning woorden te geven aan hun gevoelens.


Stel dat je kind hoofdpijn heeft, een activiteit niet begrijpt of last heeft van het geluid in de omgeving. Wanneer het niet duidelijk kan maken wat er aan de hand is, kan de frustratie steeds verder oplopen.


Die spanning kan zich uiten in schreeuwen, huilen, weglopen, slaan of ander gedrag.


Het is daarom belangrijk om niet alleen te kijken naar wat je kind doet, maar ook naar wat het met het gedrag duidelijk probeert te maken.

4. Lichamelijke klachten en vermoeidheid

Boosheid kan ook samenhangen met lichamelijk ongemak. Denk aan buikpijn, obstipatie, hoofdpijn, slecht slapen of andere pijnklachten.
Vooral bij kinderen die moeilijk kunnen aangeven waar ze last van hebben, worden lichamelijke oorzaken soms niet direct herkend.


Wanneer het gedrag van je kind plotseling verandert of de boosheid toeneemt, is het daarom belangrijk om ook mogelijke lichamelijke oorzaken te onderzoeken. Bespreek aanhoudende of onverklaarbare klachten met de huisarts.

Hoe herken je oplopende spanning bij je kind?

Een heftige woede-uitbarsting lijkt soms uit het niets te komen. Toch zijn er vaak al eerder signalen dat de spanning oploopt.

 

Welke signalen je ziet, verschilt per kind. Sommige kinderen worden steeds drukker, terwijl andere kinderen zich juist terugtrekken.

 

Let bijvoorbeeld op de volgende veranderingen:

  • Je kind wordt onrustiger, gaat meer bewegen of begint te friemelen.

  • Het reageert sneller geïrriteerd of verzet zich tegen dagelijkse activiteiten.

  • Het wordt gevoeliger voor geluiden, aanrakingen of andere prikkels.

  • Het gaat vaker dezelfde vragen stellen of herhaalt bepaalde handelingen.

  • Het trekt zich terug, zoekt minder contact of reageert minder op de omgeving.

  • Het begint te huilen, schreeuwen of laat ander gedrag zien dat je herkent van eerdere spanningsmomenten.

Probeer eens een aantal dagen bewust op deze signalen te letten. Wanneer ontstaan ze? Wat gebeurde er daarvoor? En wat helpt je kind om weer tot rust te komen?

 

Hoe beter je de eerste signalen van spanning herkent, hoe eerder je je kind passende ondersteuning kunt bieden.

Gratis download

Waarom wordt je kind zo boos om de kleinste dingen?

Je vraagt je kind iets kleins en ineens ontstaat er een enorme woede-uitbarsting. Hoe kan dat?

 

Vaak is er meer aan de hand dan je op dat moment ziet.

 

In mijn gratis gids ontdek je:

  • Waarom iets kleins de laatste druppel kan zijn.

  • Wat er achter de heftige reactie van je kind kan zitten.

  • Hoe je anders naar de boosheid van je kind kunt kijken.

Wat kun je doen bij boosheid bij autisme?

Wanneer je kind boos wordt, wil je misschien uitleggen waarom iets moet, het gedrag corrigeren of voorkomen dat je kind zijn zin krijgt. Maar wanneer de spanning al hoog is, kan je kind vaak minder goed informatie verwerken.


Deze vier adviezen kunnen helpen om de spanning te verminderen en terugkerende woede-uitbarstingen beter te begrijpen.

1. Verminder eerst de spanning

Wanneer je merkt dat je kind steeds meer spanning opbouwt, probeer dan eerst te kijken wat je kunt aanpassen in de omgeving.
Misschien helpt het om de televisie uit te zetten, een activiteit tijdelijk te stoppen of je kind een rustige plek aan te bieden. Sommige kinderen hebben behoefte aan nabijheid, terwijl andere kinderen juist meer ruimte nodig hebben.


Probeer tijdens een heftige uitbarsting niet uitgebreid uit te leggen waarom bepaald gedrag niet mag. Bewaar dit voor een moment waarop je kind weer rustig is.


Wanneer je kind agressief wordt of zichzelf verwondt, staat veiligheid voorop. Zorg dat gevaarlijke voorwerpen buiten bereik zijn en schakel zo nodig hulp in.

2. Pas je communicatie aan

Hoe hoger de spanning, hoe moeilijker het voor je kind kan zijn om informatie te verwerken.


Gebruik daarom korte, duidelijke zinnen en stel niet te veel vragen tegelijk.


Bij kinderen die niet of nauwelijks spreken, kun je bijvoorbeeld gebruikmaken van pictogrammen, foto’s, gebaren of voorwerpen om duidelijk te maken wat er gaat gebeuren.


Soms is zelfs dat op een gespannen moment te veel. Geef je kind dan tijd om informatie te verwerken en kijk welke manier van communiceren op dat moment haalbaar is.

3. Zorg voor voorspelbaarheid en passende keuzes

Wordt je kind vooral boos bij veranderingen of wanneer een activiteit moet stoppen? Dan kan meer voorspelbaarheid helpen.


Maak bijvoorbeeld gebruik van een visuele dagplanning, vaste routines of een voorwerp dat aangeeft welke activiteit hierna komt.


Ook passende keuzes kunnen helpen wanneer je kind veel behoefte heeft aan controle.
Je kunt bijvoorbeeld twee kledingstukken laten zien waaruit je kind mag kiezen. Voor een kind dat gesproken taal goed begrijpt, kun je die keuze ook verbaal aanbieden.


Houd er rekening mee dat niet ieder kind op ieder moment keuzes kan maken. Wanneer de spanning al hoog is, kan het juist helpen om tijdelijk minder keuzes aan te bieden.

4. Onderzoek wat er achter de boosheid zit

Wanneer je kind weer rustig is, kun je onderzoeken wat er aan de woede-uitbarsting voorafging.


Wat gebeurde er vlak voordat je kind boos werd? Waren er eerder op de dag al spanningsmomenten? En hoe reageerde je kind op jouw aanpak?


Bij kinderen die kunnen vertellen wat er gebeurde, kun je hier samen op terugkomen. Bij kinderen die dat niet kunnen, kun je vooral letten op gedrag, lichaamstaal en terugkerende patronen.


Door regelmatig te observeren, ontdek je mogelijk welke situaties spanning veroorzaken en welke aanpassingen helpen.


Het doel is niet om iedere vorm van boosheid te voorkomen, maar om je kind beter te begrijpen en te ondersteunen bij situaties die het moeilijk vindt.

Online cursus voor ouders

Meer grip op de boosheid van je kind?

In mijn online cursus Grip op Boosheid leer je stap voor stap wat er achter boos gedrag kan zitten, hoe je oplopende spanning eerder herkent en hoe je kunt reageren zonder de situatie verder te laten escaleren.

Met praktische video’s, voorbeelden en hulpmiddelen die je kunt aanpassen aan de behoeften en mogelijkheden van jouw kind.

Tot slot

Boosheid bij autisme kan verschillende oorzaken hebben. Wat eruitziet als een plotselinge woede-uitbarsting, kan het gevolg zijn van spanning die zich gedurende de dag heeft opgebouwd, moeite met communiceren of een situatie die je kind niet goed kan overzien.

 

Door de eerste signalen te leren herkennen, de omgeving en communicatie aan te passen en te onderzoeken wat er achter het gedrag zit, kun je je kind gerichter ondersteunen.

 

Kijk niet alleen naar het gedrag dat je ziet, maar vooral naar wat je kind ermee probeert duidelijk te maken.

Lees ook

Zelfbepalend Gedrag bij Kinderen met Autisme

Meltdown bij autisme: wat kun je doen en wat juist niet?

10 signalen die kunnen wijzen op autisme bij jonge kinderen

Winkelwagen